Cicero op Cyprus

Zo’n rotsvast hoofd blijft liever thuis,

Marcus Tullius, proconsul te Paphos,

het knarst marmer tussen de tanden

en staart naar iets eeuwigs aan de einder. 

Aan zo’n hoofd nog geen Christus;

het mozaïekt er van de naakte nimfen,

schuimige godinnen en ook onder die wereld

is het een onthullende drukte van dood.

In zo’n kop vol gebeitelde woorden maalt het:

de motus animi continuus die het begrensde rijk

de godganse ruimte voor de ogen draait,

die vol scepsis de tong aan zichzelve onthult.

Zo’n hoofd loopt niet om, het epicureert een hapje,

laat de zuilengang rechts liggen en doet geen

peripatetische stap te veel; onbewogen steent

het zijn filippica’s. Zo’n Romeinse kop houdt hier

geen stand; reeds beeft het in het voetstuk,

het eiland platgelopen door hordes barbaren,

toeristen -, blauw ziet het er nu – van de vallende ster. 

Zo’n rotsvast hoofd, Marcus Tullius, is des aanstoots;

de stad hakte er brutaalweg het corpus vanaf,

het eeuwige verloor aldus voor altijd het hoofd.

Vreemdelingenzaken

Dat het ook anders kan blijkt wel uit het volgende:

                                           Vuilnis

Neem het geval A. ((een 45-jarige Marokkaan die al een kwart eeuw – legaal – in Nedderland verblijft. Hij vraagt bij de IND (Immigratie- en Naturalisatiedienst) het Nederlanderschap aan. Een formaliteit, want A. is nog nooit met de politie in aanraking geweest. Echter, op de dag dat hij op vakantie gaat naar zijn vaderland, zet hij nog gauw even een vuiniszak buiten, ook al komt die dag de de RHD (Reinigings- en Havendient) niet langs. Een alerte reinigings- inspecteur weet later de herkomst van de zak te achterhalen. A. krijgt een boete van 525 euro wegens overtreding van de wet milieubeheer. Om zijn naturalisatie niet in gevaar te brengen betaalt hij de (te hoge) boete. Hierdoor ontstaat volgens de "Handleiding voor de toepassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap" het ‘ernstige vermoeden’ dat A. ‘gevaar oplevert voor de openbare orde’. Dat is volgens de Handleiding het geval wanneer iemand een geldboete van tenminste 500 euro heeft voldaan. A. tekent bezwaar aan tegen de afwijzing van zijn verzoek. De IND volhardt in zijn weigering. De rechtbank beslist in beroep dat justitie had moeten onderzoeken of de boete van 525 euro niet te hoog is voor zo’n licht vergrijp. De Raad van State vernietigt dit vonnis: de naturalisatie van A. is op terechte gronden afgewezen. Had A. de boete maar niet moeten betalen.)) en zet ‘m buiten.

Voet in de virtualiteit

Mijn zwager is bezig een globale tijd-ruimte discretisatiemethode te ontwikkelen. Geen flauw idee wat het is. Het schijnt te helpen bij het voorspellen van goed weer. Hoogste tijd om me in deze ruimte ook eens nuttig te maken. Of om het eens woordafleidkundig te zeggen: me in deze werkelijkheid te wijden aan de werken der deugd. Zo. Want mijn eigen realiteit ziet er inmiddels ongeveer zo virtueel uit als in dit dichtwerk:

Hoe een fles sterkedrank te bemachtigen tijdens het krommen van ruimte en tijd.Je loopt op straat. Die voor je uit loopt. Hoe verder je komt des te meer je achter raakt. Je bent op weg naar de winkel. Die steeds verder weg is. Je valt ruggelings de uitgang binnen. Door de deur die allang dichtzit. Je grijpt een fles sterkedrank. Die er niet meer staat. Je stort omlaag langs de kassa. Glimlacht naar het meisje.Dat niet meer is. Je loopt op straat. Die met je mee loopt. Hoe verder je komt des te dichter je nadert. Je bent op weg naar de winkel. Die steeds dichterbij komt. Je gaat door de ingang naar binnen. De deur valt achter je dicht. Je pakt een fles sterkedrank. Die er staat. Je loopt naar de kassa. Glimlacht naar het meisje. Dat er is. Je loopt op straat. Die achter je weg loopt. Hoe verder je komt des te sneller je nadert. Je bent op weg naar de winkel. Die er al is voordat jij er bent. Je schiet door de deur. Die nog moet opengaan. Je grijpt een fles sterkedrank. Die er nog niet staat. Je vliegt om- hoog langs de kassa. Glimlacht naar het meisje. Dat nog geboren moet worden.